FILOSOFIE

Mijn ontwerpbureau spitst zich toe op de inrichting van de buitenruimte. Het ontwerpbureau combineert verschillende disciplines zoals tuin- en landschapsarchitectuur, architectuur, beeldende- en schilderkunsten en design. Daarvoor wordt steeds geijverd naar een samenwerking met specialisten binnen hun eigen discipline. De ontwerpen streven steeds een grote vorm van integratie na, zodat verschillende onderdelen van de aanpalende buitenruimte of architectuur met elkaar in harmonie gesteld worden. Daartoe is het nastreven van een contemplatieve sfeer steeds de uitdaging!

Bij iedere opdracht, groot of klein, wordt ernaar gestreefd dat de buitenruimte meer is dan zomaar een ingevulde ruimte. De ontwerpen etaleren steeds een sterke vormgeving die op een uiterst zachte en stille wijze de openbare of private ruimte zijn eigen identiteit biedt. Stille beleving en bewustwording van ons zijn moet in mijn ontwerpen een kans krijgen! De ontworpen tuinen en publieke ruimten moeten een gevoel van rust bieden en een zekere vorm van klasse uitstralen. Het zijn tevens kwalitatieve, contemplatieve ruimten (wat letterlijk betekent "het scheiden van iets uit zijn omgeving") Pas vanuit deze gecreëerde kwaliteit kan de directe omgeving een kwaliteitsvolle impuls krijgen! De contemplatie is daartoe dus een essentieel element!

Zoals Thomas van Aquino zei, "contemplari et contemplata aliis tradere", "contempleren en het gecontempleerde aan anderen overdragen" of anders gezegd *"de voorwaarde voor actie, sterker nog, de vruchten van contemplatie moet men aan anderen bekendmaken"

Zo ook in mijn ontwerpen, die een positief of uitdijend effect moeten hebben op de gemoedsgesteldheid van de mens en de verdere (her)inrichting van de buitenruimte.

Een constante studie inzake alle schone kunsten en wetenschappen is daartoe het fundament om onze buitenruimte contemplatief in te richten! Jacques Boyceau, de 'Intendant des Jardins du Roy' van Lodewijk XIII zei, "Voor een landschapsarchitect is kennis van architectuur, tekenen, schilderen, geometrie en historie essentieel".

Naast deze filosofie als rode draad doorheen mijn werk worden ook 8 principes toegepast om een verantwoorde architectuur te creëren. Deze 8 principes werden opgesteld door mijn leraar architectuur, dhr. Gilbert Decouvreur

Ik som ze even op:

  • Fascinatie voor de natuur
    De meetkunde als abstract beeld van de natuurlijke orde!
  • Fascinatie voor oude culturen
    Oude culturen zijn de herbariums voor een toekomstig architect. Een goede kennis en inlevingsvermogen van de gevarieerde schoonheid van het verre verleden is noodzakelijk.
  • Respect voor de historische omgeving
    Deze omgevingen zijn zeer kwetsbaar en vragen een eigen zorgzaamheid. Alle grote architectuur is met respect voor de omgeving ingepast!
  • Onderscheid tussen oppervlakkig en diepmenselijk
    Het onderscheid leren zien tussen de architect die zich opwerpt als controversieel & oppervlakkig of eerder een architectuur ontwerpt die diepmenselijk is. Om prachtige ontwerpen te maken moet men deze diepmenselijke kwaliteit bezitten. Zoniet, vervalt men in modes.
  • Een juistere duiding van het functionalisme
    Geen eng rationeel functionalisme, doch een functionalisme dat pluralistisch, complex en contradictorisch is.
  • Vernieuwing plaatsen in een historische context
    Als een nieuwe mode opduikt deze leren plaatsen in een historische context in plaats van ze blind na te volgen.
  • Socio-economisch contra artistiek-creatief
    De publieke ruimte niet vanuit een socio-economische maar vanuit een artistiek-creatieve benadering invullen!
  • De confrontatie met grootse architectuur
    Studiereizen maken, die confrontaties zijn met werkelijk grootse architectuur.
    Geen modereizen, maar confrontaties met grootmeesters.

De hierboven vermelde 8 principes zijn uitgegroeid tot de hoekstenen van mijn ontwerpbureau!

Studie volgens principe 1 - Fascinatie voor de natuur, de meetkunde als abstract beeld van de natuurlijke orde!
Studie in bristolkarton van de perfecte verhouding van een plantencel, Andy Malengier, Sint-Lucas Gent, 1989